Bomen tot de hemel en een zoen van Loesje
De hitte van de afgelopen week drukt ons onbarmhartig met de neus op de feiten: de voorspelde broeikasaarde is hier en nu.
In de berichtgeving en de gesprekken zit het ongemak ingebakken: we geven elkaar adviezen hoe je het kunt uithouden en ondertussen is daar die olifant in de bloedhete kamer: we hebben dit zelf veroorzaakt en gaan daar onverdroten mee door. Hoe is het mogelijk dat het nog steeds ongemakkelijk voelt om de oorzaken van en uitweg uit deze broeikasaarde te benoemen?
Het regent manifesten
Wat wel benoemd wordt, is het belang van natuur in de stad. Van alle kanten komt inmiddels de roep om Veel Meer Groen in de woonomgeving. Het regent manifesten:
- In december 2025 tekenden 48 ‘toonaangevende bedrijven, NGO’s en maatschappelijke initiatieven’ het Manifest Groen wonen, bewegen, spelen en ontmoeten in 13.000 buurten’.
- In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 kwamen de samenwerkende natuur- en tuinorganisaties met het Manifest Iedereen heeft recht op een groene, gezonde woonomgeving.
- En onlangs verscheen al weer een manifest: Groene Ruimte, Koele Steden. Deze oproep aan het ministerie van VROM komt van een brede coalitie met ook minder voor de hand liggende partijen als Aedes, Vereniging Eigen Huis en zelfs de ANWB.

Zichtbaar op straat
Aan de manifesten zal het dus niet liggen. In Hilversum hebben we Programma Groen 2040, een groene wethouder en een team bevlogen ambtenaren. De resultaten van vier jaar groen beleid beginnen op straat ook echt zichtbaar te worden. Straten die op de schop gaan, worden zichtbaar groener opgeleverd. Saaie gazons veranderen in bloemenweides. De tegeltaxi rijdt zijn rondjes. Boomspiegels en gevels veranderen in kleurrijke minituintjes.

Schreeuwen om groen
Het groen in Hilversum is dus echt wel in beweging. Maar – weer die olifant – gaat het snel genoeg? Er zijn zoveel wijken en straten en bewoners die schreeuwen om meer groen. Die schreeuw botst op de dagelijkse praktijk. Waar vind je ruimte voor bomen in de straten die – juist in de meest verhitte wijken – veel te smal zijn voor alles waarvoor we ruimte willen? Kort gezegd: waar laten we al die auto’s? Hoe ga je om met de weerstand tegen het blad en de beestjes die ‘meer groen’ nu eenmaal met zich meebrengt? Met onbegrip voor dat slordige lange gras in de bermen? Met koudwatervrees voor ander groenbeheer? Met trage bureaucratische molens? Met financiële middelen die beperkt zijn? En met het feit dat bomen er jaren voor nodig hebben om tot de hemel te groeien?

Hoop kunnen we vinden in de wetenschap dat andere – ooit ondenkbare – transformaties door de aanhoudende inzet van bezorgde mensen zijn gelukt. Een rookverbod in openbare ruimtes. De invoering van 30 km/uur in woonwijken. Misschien komt er ooit een dag waarop we terugkijken naar 2026 en tegen elkaar zeggen: ‘Toen konden we het ons niet voorstellen dat er bomen zouden groeien op al die parkeerplekken. Nu vinden we het heel gewoon.’

